Wie fluit wat: de eerste en de tweede scheidsrechter
Een wedstrijd heeft twee scheidsrechters en een teller. De eerste scheidsrechter staat op een stoel aan het ene uiteinde van het net, leidt de wedstrijd, fluit voor elke service en beslist over de service, het schermen, de fouten bij het spelen van de bal en de fouten boven het net. De tweede scheidsrechter staat op de vloer aan de overkant en fluit zelf voor de opstelling van het ontvangende team, het net en de antenne aan zijn kant, de middenlijn en de bal tegen een voorwerp. In de regio leidt vaak één scheidsrechter de wedstrijd.
Waar iedereen staat

De eerste scheidsrechter staat op een stoel aan het ene uiteinde van het net, zo hoog dat zijn ogen ongeveer een halve meter boven de netrand uitkomen. De tweede scheidsrechter staat aan de overkant bij de paal, buiten het veld, met de tellertafel naast zich. Lijnrechters en een videoscheidsrechter zie je alleen in de hoogste divisies; in de verenigingscompetitie beoordelen de twee scheidsrechters de lijnen samen.
De eerste scheidsrechter
Hij leidt het spel van begin tot eind, staat boven alle officials en boven de teams, en zijn beslissingen staan tijdens de wedstrijd vast. Discussie staat hij niet toe; uitleg over de toepassing van een regel geeft hij wel, aan de spelende aanvoerder. Voor de wedstrijd controleert hij de zaal en het materiaal, doet hij de toss en houdt hij toezicht op het inspelen. Hij is de enige die een kaart geeft.
- De service en het schermen.
- De opstelling van het serverende team.
- De fouten bij het spelen van de bal: viermaal spelen, tweemaal aanraken, de vastgehouden bal.
- De fouten boven het net, meestal aan de kant van de aanval.
- De aanvalsfout van een achterspeler of de libero.
- De bal die aan zijn kant buiten de passeerruimte gaat.
De tweede scheidsrechter
Hij is de assistent van zijn collega en heeft een eigen lijstje waarvoor hij zelf fluit: de opstelling van het ontvangende team, het net en de antenne aan zijn kant, het over de middenlijn komen, de bal tegen een voorwerp, de bal die aan zijn kant buiten de passeerruimte gaat, en het voltooide blok van een achterspeler of de blokpoging van de libero. Hij regelt de time-outs en de wissels, bewaakt de tijd en houdt toezicht op de bank en de teller.
Bij de service staat hij aan de ontvangende kant; daarna loopt hij om de paal heen naar de kant waar geblokt wordt. Een fout die niet van hem is, mag hij zonder te fluiten aangeven, met een klein teken voor zijn borst. De eerste scheidsrechter kijkt boven de netrand, de tweede eronder.
De teller
De teller houdt het wedstrijdformulier bij: hij noteert de punten, controleert de servicevolgorde en meldt een fout daarin meteen na de service met de zoemer, laat spelerwissels toe en noteert ze, net als de time-outs, schrijft waarschuwingen en maatregelen op en wijst de scheidsrechters op het einde van een set. Wijken scorebord en formulier van elkaar af, dan geldt het formulier.
Fluit je alleen
In de regio leidt vaak één scheidsrechter de wedstrijd. Dan is er geen opstellingsbriefje nodig, vraagt de coach een spelerwissel aan met het wisselteken, en beoordeel je zelf of een wissel te lang duurt. De wedstrijd gaat gewoon door als een van de anderen ontbreekt.
Situaties in de zaal
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
De tweede scheidsrechter ziet een vierde aanraking. Fluit hij?
Nee, dat is een beslissing van de eerste scheidsrechter. Hij mag het zonder te fluiten aangeven met een klein teken voor zijn borst.
De aanvoerder wil weten of de bal in of uit was.
Dat is een waarneming en geen uitleg van een regel; daar hoeft de scheidsrechter niet op in te gaan.
Het scorebord en het wedstrijdformulier geven een andere stand.
Is de oorzaak niet te vinden, dan geldt de stand in het wedstrijdformulier.
Veelgestelde vragen over de scheidsrechters
Wie fluit voor een netfout?
De tweede scheidsrechter voor het net en de antenne aan zijn kant; de eerste scheidsrechter voor de fouten boven het net, meestal aan de kant van de aanval.
Wie geeft de kaarten?
Alleen de eerste scheidsrechter legt een maatregel voor wangedrag of spelophouden op.
Wat doet de teller als de verkeerde speler serveert?
Hij meldt het meteen na de service met de zoemer, of zonder zoemer met zijn handen.
Hoe laat is de scheidsrechter in de zaal?
Een halfuur voor de wedstrijd: dan is er tijd om het net te meten, de ballen te controleren en de toss te doen.