Deze les was er één van vijftien. In de cursus krijg je ze allemaal, met de oefenvragen, de memokaarten, onbeperkt proefexamens op de maat van de spelregeltoets en als pluspunt de libero, de officiële tekens en het omgaan met spelers en coaches. Een jaar toegang, direct na je betaling.
De bal spelen: in of uit, drie aanrakingen en de vastgehouden bal
Dit is les 8 van de 15, precies zoals hij in de cursus staat. Lees hem door, maak de zeven oefenvragen en neem de memokaart mee naar de zaal. Gratis, zonder account. Bevalt het? Dan heb je de andere veertien lessen voor 29,95, of vanaf 14,99 per speler samen met je kind of je hele team. Ontvang direct je toegangscode en begin meteen.
Start direct vanaf € 14,99 per speler
Wat je na deze les kunt
- bepalen of een bal in of uit is en of hij nog in het spel is
- de aanrakingen van een team tellen en de uitzonderingen herkennen
- vastgehouden bal, tweemaal aanraken en viermaal spelen uit elkaar houden
Wanneer de bal in het spel is
De bal is in het spel vanaf het moment dat de serveerder hem raakt, na toestemming van de eerste scheidsrechter. Niet vanaf het fluitsignaal dus, maar vanaf de slag. Alles wat daarvoor gebeurt, telt niet mee.
De bal is uit het spel op het moment dat een van de scheidsrechters fluit. Dat geldt ook als er achteraf geen fout blijkt te zijn: na een fluitsignaal is de bal uit het spel en gaat het spel niet vanzelf door.
Daartussen ligt de rally. Elk team speelt de bal in de eigen speelruimte en op de eigen speelhelft. Je mag de bal ook terugspelen van buiten je eigen vrije zone, bijvoorbeeld vanaf de tribune of staand op je eigen spelersbank, zolang je aan je eigen kant van het speelveld blijft.
In
De bal is in als op het moment dat hij de grond raakt een deel van de bal het speelveld raakt, de grenslijnen meegerekend. De lijnen horen bij het veld. Een bal die met een randje op de zijlijn komt, is dus in, ook al ligt het grootste deel ernaast.
Een bal wordt bij het neerkomen platter. Raakt hij daardoor op enig moment het veld of een lijn, dan is hij in. Raakt hij het veld en de lijnen op geen enkel moment, dan is hij uit.
Uit
De bal is uit als het deel dat de grond raakt geheel buiten de grenslijnen ligt. Verder is hij uit als hij een voorwerp buiten het speelveld raakt, als hij het plafond raakt, en als hij iemand raakt die niet aan het spel deelneemt. Denk aan een wisselspeler langs de kant of aan de coach: die zitten niet in het spel, dus die bal is uit.
Ook uit: de bal raakt een antenne, de spandraden, een paal of het net buiten de zijbanden. En de bal is uit als hij het verticale vlak van het net geheel of gedeeltelijk buiten de passeerruimte passeert, of als hij volledig onder het net door naar de overkant gaat. Wat dat precies betekent, staat in de volgende les.
Hangen de lampen los onder het plafond en verdwijnt de bal daarachter uit het zicht, dan overlegt de scheidsrechter met de andere officials. Weten zij zeker dat er niets is geraakt, dan gaat het spel door; weten zij zeker dat er wel iets is geraakt, dan is de bal uit; kan niemand het zien, dan volgt dubbelfout.
Een aanraking is elk contact met de bal door een speler die aan het spel deelneemt. Een team mag de bal hoogstens drie keer aanraken om hem terug te spelen. Raakt het team de bal vaker, dan is dat viermaal spelen.
Die drie aanrakingen zijn in de praktijk de pass, de set-up en de aanvalsslag, maar het hoeven er geen drie te zijn. Eén keer mag ook, en twee keer ook. Wat telt, is dat de bal binnen drie aanrakingen aan de overkant is.
Het aanraken van de bal door een blok telt daarbij niet mee. Blokkeert je team en raakt de bal het blok, dan heeft je team daarna nog steeds alle drie de aanrakingen tot zijn beschikking. Het blok zelf staat in les 10.

Op de tekening zie je de drie aanrakingen achter elkaar: de bal komt binnen, de eerste speler brengt hem omhoog, de spelverdeler zet hem klaar en de derde speler slaat hem over het net. De cijfers 1, 2 en 3 geven aan welk contact je meetelt. Een aanraking van het blok krijgt geen cijfer, want die telt niet mee.
De hoofdregel
Een speler mag de bal niet twee keer achter elkaar aanraken. Doet hij dat toch, dan is dat tweemaal aanraken. Daar hoort ook de bal bij die achtereenvolgens meerdere delen van je lichaam raakt: eerst je onderarm, dan je knie.
Datzelfde geldt voor de bal die uit je handen glipt en daarna je eigen hoofd raakt. Dat is tweemaal aanraken, ook al wilde je het niet.
De eerste bal
Bij de eerste bal van je team mag de bal wel achter elkaar verschillende delen van je lichaam raken, als dat binnen één actie gebeurt. Een harde service die van je onderarmen tegen je schouder springt en toch omhoog komt: geen fout. Of de bal bovenhands of onderhands wordt gespeeld, maakt daarbij niet uit.
Onder die eerste bal vallen vier situaties: de service ontvangen, de eerste pass na een aanval van de tegenstander, de bal die van het blok van de tegenstander komt, en de bal die na aanraking van het eigen blok wordt gespeeld. Een vastgehouden bal blijft ook daar gewoon fout.
De tweede aanraking bovenhands
Speelt een speler de bal bij de tweede aanraking bovenhands met de vingers naar een eigen speler, en blijft de bal dus aan de eigen kant, dan mag de bal achter elkaar meerdere keren contact maken als dat in één actie gebeurt. Voor zo'n set-up fluit je niet meer voor tweemaal spelen. Dat is bewust zo, om langere rally's mogelijk te maken.
Let op de grens: dezelfde speler die de bal daarna nog een keer raakt, maakt wel gewoon tweemaal aanraken. En bij een voltooide aanvalsslag zijn opeenvolgende aanrakingen niet toegestaan; dat is tweemaal spelen.
De derde uitzondering is het blok: daar mag een blokkeerder de bal meerdere keren raken binnen één actie. Die staat in les 10.
Twee teamgenoten samen
Twee of drie spelers mogen de bal gelijktijdig aanraken. Doen twee teamgenoten dat, dan telt dat als twee aanrakingen; doen er drie het samen, dan telt het als drie. Je team is dan dus al een heel eind door zijn beurt heen. Alleen in het blok geldt dat niet: een blokaanraking telt nooit mee, ook niet als twee blokkeerders de bal tegelijk raken.
Proberen ze allebei de bal te spelen, maar raakt er maar één hem echt, dan is dat één aanraking. Lopen ze tegen elkaar aan, dan is dat op zichzelf geen fout.
Na zo'n gelijktijdige aanraking mag geen van die twee spelers de bal direct daarna opnieuw spelen. Een derde speler moet het afmaken. Alleen bij een blok ligt dat anders.
Twee tegenstanders boven het net
Raken twee tegenstanders de bal gelijktijdig boven het net en blijft de bal in het spel, dan mag het team aan wiens kant de bal komt weer drie keer spelen. Gaat zo'n bal uit, dan is dat een fout van het team aan de andere kant van het net.
Leidt dat gelijktijdige contact tot een vastgehouden bal, dan speel je gewoon door, zelfs als het laatste contact in de speelruimte van de tegenstander plaatsvindt. Komt de bal na dat gelijktijdige contact tegen een antenne, dan volgt dubbelfout.
De aard van de aanraking
De bal mag elk deel van je lichaam raken. Je mag hem niet vangen of gooien, en hij mag in elke richting terugkaatsen. Terugkaatsen is het kenmerk: bij een goede aanraking is er één moment van contact. Bij een gegooide bal zijn er twee momenten, eerst het vangen en dan het weggooien.
De scheidsrechter kijkt daarbij alleen naar het lichaamsdeel dat de bal raakt. Niet naar de stand van de speler ervoor of erna, en ook niet naar het geluid. Een harde klap is geen bewijs, en een zachte set-up is niet vanzelf fout.
Bij een schijnaanval, in de zaal een tip genoemd, let de scheidsrechter erop dat de bal direct terugkaatst en dat de richting maar één keer verandert. Begeleidt of stuurt de speler de bal, dan is het een vastgehouden bal.
Hulp bij het spelen
Binnen de speelruimte mag je geen hulp krijgen van een medespeler om de bal te kunnen spelen, en ook geen bouwsel of voorwerp gebruiken. Je laat je dus niet optillen en je klimt niet op een stoel. Dit verbod geldt voor de hele vrije zone rondom je eigen speelveld en dat van de tegenstander.
Wat wel mag: een teamgenoot die op het punt staat het net te raken of over de middenlijn te komen, mag je tegenhouden of terugtrekken. Dat is geen hulp bij het spelen, dat is een fout voorkomen.
De vier fouten met hun eigen naam
| Naam | Wat je ziet |
|---|---|
| viermaal spelen | het team speelt de bal vier keer voordat hij over het net gaat |
| hulp bij het spelen | een speler krijgt hulp van een medespeler of gebruikt een voorwerp |
| vastgehouden bal | de bal wordt gevangen of gegooid en kaatst niet terug |
| tweemaal aanraken | een speler raakt de bal twee keer achter elkaar, of de bal raakt achtereenvolgens meerdere lichaamsdelen |
Elke fout kost je team de rally: een punt en het recht van service voor de tegenstander.
- Als speler: let de eerstvolgende training op de eerste bal. Alles wat in één beweging van je onderarmen naar je schouder gaat, is goed. Alles wat je daarna nog een keer raakt, is fout.
- Als beginnend scheidsrechter: fluit een set lang alleen op wat je ziet bij het contact, en zet het geluid uit je hoofd. Kijk naar de handen, niet naar de klap.
- Als teller: tel bij twijfelballen in je hoofd mee, en kijk of het blok de bal heeft geraakt. Dat scheelt precies één aanraking en het is de meest gemiste beslissing van de zaal.
Wie deze les beheerst, beslist de rest van het seizoen sneller en met meer rust.
De vijf dingen die je uit deze les moet onthouden:
- Een team speelt de bal hoogstens drie keer; het blok telt daar niet bij.
- De bal is in zodra een deel van hem het veld of een grenslijn raakt.
- Bij de eerste bal mogen meerdere lichaamsdelen raken in één actie.
- Vastgehouden bal: de bal wordt gevangen of gegooid en kaatst niet terug.
- Twee teamgenoten samen op de bal telt als twee, behalve in het blok.

Print deze kaart of neem hem mee op je telefoon.
Zeven vragen, direct antwoord
0 van 7 beantwoord
Zo leer je de rest van de regels
2 spelers
2 toegangscodes
€39,95
€ 19,98 per speler
- Direct beginnen
- Een jaar toegang
- Inclusief btw
4 spelers
4 toegangscodes
€59,95
€ 14,99 per speler
- Direct beginnen
- Een jaar toegang
- Inclusief btw
Elk pakket geeft twaalf maanden toegang tot de hele cursus, met één toegangscode per speler, direct na je betaling. De regels in de cursus komen uit de Officiële spelregels volleybal 2026-2027 van de Nevobo, versie september 2026, met de Handleiding en Instructie Arbitrage 2026-2027. De cursus zelf is gemaakt door Bert van Doorn, opleider van beroep, die met LOKAAL 58 meer dan 10.000 opsporingsambtenaren opleidde via een online leeromgeving zoals deze. Je rekent af bij BRIDGE 58 B.V., het bedrijf achter VOLLEYBAL 58, met iDEAL of een kaart, inclusief btw.