VOLLEYBAL 58 — Leer en Speel

Hoeveel time-outs en wissels mag een team?

Elk team heeft per set recht op hoogstens twee time-outs en zes spelerwissels; beide tellingen beginnen bij elke set weer op nul. Aanvragen doet de coach, zonder coach de assistent-coach, en anders de spelende aanvoerder, als de bal uit het spel is en voordat de eerste scheidsrechter voor de service fluit. Een time-out duurt 30 seconden. Een vervanging met een libero is geen spelerwissel en telt niet mee.

De time-out

Een time-out duurt 30 seconden. De coach, of zonder coach de spelende aanvoerder, maakt het handteken, de scheidsrechter fluit, en de tijd loopt. De veldspelers gaan naar de vrije zone bij hun eigen bank. In de verenigingscompetitie hoeft de scheidsrechter de 30 seconden niet vol te maken: staan beide teams weer op hun plek, dan fluit hij voor de service. In dezelfde onderbreking mag een team achter elkaar een of twee time-outs en een spelerwissel aanvragen.

De spelerwissel: op de eigen plaats

De wisselzone in de vrije zone bij de spelersbanken, tussen het verlengde van beide aanvalslijnen en de tellertafel; speler 3 gaat eruit en speler 8 komt erin
De wisselzone: het stuk vrije zone tussen het verlengde van de twee aanvalslijnen en de tellertafel. Speler 3 gaat eruit, speler 8 komt erin.

Een spelerwissel gaat altijd op een plaats in de opstelling, en twee regels sturen alles. Een speler uit de basisopstelling die eruit gaat, komt alleen terug op zijn eigen plaats, door terug te wisselen met de speler die hem verving. En een wisselspeler die voor een basisspeler in het veld komt, kan alleen door diezelfde basisspeler weer worden vervangen; zit hij daarna weer op de bank, dan mag hij in dezelfde set opnieuw voor elke basisspeler invallen.

Met twee scheidsrechters is de aanvraag niets anders dan dat de wisselspeler speelklaar de wisselzone binnenkomt; de coach hoeft geen teken te geven. De tweede scheidsrechter staat de wissel toe en de spelers lopen elkaar voorbij. Komt de wisselspeler nog met zijn trainingsjack aan, dan gaat de wissel niet door en krijgt het team spelophouden. Fluit één scheidsrechter alleen, dan vraagt de coach de wissel aan met het wisselteken.

De uitzonderlijke wissel

Kan een speler door blessure of ziekte niet verder en lukt een gewone wissel niet meer, dan mag elke speler die niet in het veld staat zijn plaats innemen, behalve een libero. Wie er zo uitgaat komt de rest van de wedstrijd niet meer terug, en die wissel telt niet mee in de zes. Houdt het team te weinig spelers over, dan mag in de verenigingscompetitie de libero als veldspeler invallen. Een speler die uit het veld is gestuurd of gediskwalificeerd, moet het team wisselen; kan dat niet, dan is het team onvolledig.

Het onjuiste verzoek

Een verzoek is onjuist als het tijdens een rally komt, op of na het fluitsignaal voor de service, van iemand die dat niet mag, of als het aantal time-outs of wissels al op is. Ook een tweede wisselaanvraag voordat er weer gespeeld is, is onjuist, behalve voor een geblesseerde, weggestuurde of gediskwalificeerde speler. De scheidsrechter wijst het af; de eerste keer noteert de teller het zonder gevolgen, herhaalt hetzelfde team het, dan is het spelophouden.

De onreglementaire wissel

Een wissel die niet aan de twee regels voldoet, of waarbij iemand het veld in komt die niet op het formulier staat, is onreglementair. Merkt de scheidsrechter het voordat er weer is geserveerd, dan herstelt hij het en is het spelophouden. Is er al gespeeld, dan krijgt de tegenstander een punt en de service, wordt de wissel teruggedraaid en vervallen alle punten die het team na de fout maakte. De punten van de tegenstander blijven staan.

Spelophouden

Spelophouden is gedrag van een team waardoor het spel later weer begint: een onderbreking te lang laten duren, een onreglementaire wissel aanvragen, een onjuist verzoek herhalen of gewoon treuzelen. De maatregel geldt voor het hele team en blijft de hele wedstrijd staan: de eerste keer een waarschuwing, de tweede keer en elke keer daarna een punt en de service voor de tegenstander.

Situaties in de zaal

Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.

De coach vraagt in dezelfde onderbreking een time-out, nog een time-out en een spelerwissel aan.

Dat mag. In dezelfde onderbreking mag een team achter elkaar een of twee time-outs en een spelerwissel aanvragen.

Een basisspeler wil terugkomen op de plaats van een andere speler dan die hem verving.

Onreglementair. Een basisspeler komt alleen op zijn eigen plaats terug, door terug te wisselen met de speler die hem verving.

De wisselspeler komt met zijn trainingsjack aan de wisselzone binnen.

De wissel gaat niet door en het team krijgt spelophouden: de eerste keer een waarschuwing.

Veelgestelde vragen over time-outs en wissels

Mag je twee spelers tegelijk wisselen?

Ja, in één aanvraag. Twee losse wisselaanvragen achter elkaar mogen niet; daar hoort een voltooide rally tussen.

Hoe vaak mag dezelfde wisselspeler in een set invallen?

Zodra hij na een terugwissel weer op de bank zit, mag hij in dezelfde set opnieuw voor elke basisspeler invallen.

Mag een speler bij een time-out gaan zitten?

Ja. De veldspelers gaan naar de vrije zone bij hun eigen bank, en zitten mag.

Wat gebeurt er bij een bloedende wond?

De scheidsrechter legt het spel meteen stil. De speler gaat eruit tot het bloeden is gestopt, en zijn team ruimt het bloed zelf op.

Wil je meer dan alleen deze regel kennen?

Houd de aanvragen strak, dan houd je de wedstrijd vanzelf op tempo. Deze regel geeft antwoord op één situatie. Met de complete cursus begrijp je hoe spelregels, spelsituaties en beslissingen samenhangen. Zo sta je met meer zekerheid langs het veld of op de stoel, en voorkom je onnodige discussie.

De cursus, vanaf € 14,99 per speler

Bekijk de pakketten

Tien sporten, dezelfde aanpak

Klik op een sport voor de spelregels, de techniek en de tactiek van dat spel.